Entertainment-Education
Entertainment-Education (EE) verenigt het beste van twee werelden. Het levert amusement op met een meerwaarde.
Mediaprofessionals zijn erg goed in het aanspreken van grote groepen mensen met entertainende programma's. De media hebben ook een maatschappelijke taak, en besteden daar steeds meer aandacht aan. Zo zijn er consumentenprogramma's met een kritische insteek, organiseren sommige omroepen thema-avonden over maatschappelijk relevante onderwerpen, en verwerken scriptschrijvers dramalijnen in soaps en dramaseries over maatschappelijke onderwerpen die hen persoonlijk raken. Deze initiatieven vinden meestal spontaan plaats, naar aanleiding van actuele gebeurtenissen en ontwikkelingen.
Maatschappelijke en gezondheidsorganisaties beschikken over goede contacten met hun eigen doelgroepen, en over een schat aan inhoudelijke kennis over diverse thema's.
Zij willen hun doelgroepen graag structureel bereiken (in plaats van spontaan en incidenteel), en zoeken naar communicatiemethoden die beter aansluiten bij de leefwereld van mensen, met name bij degenen die tot nu toe moeilijk bereikt werden. Van oudsher doen ze dat met een rationele en cognitieve benadering, maar in de praktijk maken mensen keuzen vanuit een combinatie van gedragsgewoonten, rationele afwegingen en emotionele beweegredenen.
De Entertainment-Education-strategie probeert zowel aan deze rationele als aan de emotionele elementen aandacht te schenken. Amusement als populaire cultuurvorm wordt ingezet als laagdrempelige methode om aandacht en bewustwording voor het thema te verwerven. Met name wanneer mensen niet bij voorbaat geïnteresseerd zijn in de sociale veranderingsboodschap, is dat een belangrijke eerste stap. Het luistert echter erg nauw, en het vraagt veel ervaring om de juiste balans te vinden tussen amusement en educatie.
Een directe aanleiding om de EE-strategie in Nederland toe te passen en te onderzoeken is de discussie over sociaal economische gezondheidsverschillen, die nog steeds actueel is. Mensen met een lagere sociaal-economische status (lagere opleiding, lager inkomen, lagere beroepsstatus) hebben gemiddeld een kortere levensduur en zijn vaker ziek dan mensen met een hogere sociaal-economische status.
Er zijn diverse aanbevelingen gedaan op het terrein van het volksgezondheidbeleid om deze verschillen te verkleinen. Naast opleiding, huisvesting en werkgelegenheid is het belangrijk om voorlichtingsinterventies (zoals leefstijlcampagnes) zorgvuldig af te stemmen op de informatie en communicatiepatronen van lage SES-groepen. Mensen met een lagere opleiding hebben eerder een ‘beeldcultuur’, dan een ‘leescultuur’. Hun directe sociale leefomgeving (parochiale netwerk) is een belangrijke bron van inspiratie, meer dan gebeurtenissen die zich verder in de wereld afspelen (kosmopolitisch netwerk).
De EE-strategie sluit aan bij de leefstijl en cultuur van lage SES-groepen, doordat de strategie gebaseerd is op populaire cultuur (in tegenstelling tot cultuur met hoofdletter C); meer gericht is op mensen (human interest) dan op objecten (feiten en cijfers) en een parochiaal netwerk weerspiegelt als belangrijkste bron van inspiratie en informatie. Door het aanbieden van populair amusement met een meerwaarde gaan mensen met elkaar praten en discussiëren over wat ze hebben gezien en gehoord.
|